GEZINSHERENIGING · 7 SEPTEMBER 2026

Gezinshereniging in 2026: welk inkomen moet u aantonen?

Wie in 2026 een aanvraag tot gezinshereniging voorbereidt, krijgt te maken met een ingewikkelde overgangsperiode. De wet van 18 juli 2025 heeft de voorwaarden gewijzigd, maar de oude regels zijn niet onmiddellijk voor alle dossiers verdwenen.

Daardoor volstaat het niet om alleen te vragen hoeveel u moet verdienen. Eerst moet worden bepaald welke wettelijke regeling op het concrete dossier van toepassing is. Daarna moet worden onderzocht welke inkomsten meetellen, of ze voldoende stabiel zijn en welke gezinssamenstelling bij de berekening wordt gebruikt.

Dit artikel bespreekt de algemene regels voor dossiers waarin een bestaansmiddelenvoorwaarde geldt. Voor gezinshereniging met een Unieburger, bepaalde minderjarige familieleden en personen met internationale bescherming kunnen andere regels of uitzonderingen spelen.

Waarom bestaan er momenteel twee regelingen?

De hervormingswet werd gepubliceerd op 8 augustus 2025 en trad op 18 augustus 2025 in werking. De wet bevat echter overgangsbepalingen. Daardoor blijven de vroegere voorwaarden gedurende twee jaar voor een aantal aanvragen gelden.

Voor aanvragen die vóór 18 augustus 2025 werden ingediend en toen nog in behandeling waren, blijven in beginsel de oude bepalingen gelden. Voor aanvragen tussen 18 augustus 2025 en 18 augustus 2027 moet verder worden gekeken:

  • Bij gezinshereniging met een Belg blijven tijdens deze overgangsperiode in beginsel de oude bepalingen van toepassing.
  • Bij een buitenlandse gezinshereniger blijven de oude bepalingen gelden wanneer die persoon al vóór 18 augustus 2025 tot een verblijf van meer dan drie maanden in België was toegelaten of gemachtigd.
  • Werd de buitenlandse gezinshereniger pas vanaf 18 augustus 2025 tot zo’n verblijf toegelaten of gemachtigd, dan gelden in beginsel de nieuwe bepalingen.

Vanaf 18 augustus 2027 worden de nieuwe regels algemeen van toepassing. De overgangsregeling staat in artikel 24 van de wet van 18 juli 2025.

De datum van het huwelijk, de wettelijke samenwoning of de aankomst van het familielid geeft dus niet altijd het antwoord. Vooral de datum waarop de gezinshereniger zelf tot een verblijf van meer dan drie maanden werd toegelaten of gemachtigd, kan beslissend zijn.

Hoeveel bedraagt het vereiste inkomen?

Onder de oude bepalingen geldt als referentiebedrag 120% van het leefloon voor een persoon met een gezin ten laste. Sinds 1 september 2026 bedraagt dat volgens de Dienst Vreemdelingenzaken € 2.217,47 netto per maand.

Onder de nieuwe bepalingen bedraagt het basisbedrag 110% van het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen of GGMMI. Sinds 1 juli 2026 is dat € 2.456,97 netto per maand. Dit wordt verhoogd met 10% van het GGMMI voor ieder bijkomend gezinslid ten laste. Gezinsleden die al legaal bij de gezinshereniger in België wonen, kunnen daarbij eveneens worden meegeteld.

Gezin dat zich herenigtPercentageRichtbedrag
partner110%€ 2.456,97
partner en één kind120%ongeveer € 2.680,33
partner en twee kinderen130%ongeveer € 2.903,69

Deze bedragen zijn een rekenkundige toepassing van het huidige GGMMI en kunnen door indexering veranderen. Controleer daarom altijd het bedrag dat geldt op het moment van indiening. De actuele bedragen en voorbeelden staan bij de Dienst Vreemdelingenzaken.

Niet alleen het bedrag is belangrijk

De bestaansmiddelen moeten niet alleen toereikend zijn, maar ook stabiel en regelmatig. Eén gunstige loonfiche is daarom meestal onvoldoende. De Dienst Vreemdelingenzaken vraagt bewijsstukken over een voldoende lange referentieperiode en vermeldt als uitgangspunt de twaalf maanden vóór de aanvraag. Voor zelfstandigen kan een langere periode nodig zijn omdat hun inkomsten vaker schommelen.

  • de arbeidsovereenkomst en recente loonfiches;
  • bankuittreksels waarop het loon zichtbaar is;
  • het meest recente aanslagbiljet en pensioenfiches;
  • bewijs van huurinkomsten;
  • boekhoudkundige en fiscale stukken van een zelfstandige;
  • documenten over de continuïteit van tijdelijke of variabele arbeid.

Werkloosheidsuitkeringen kunnen onder voorwaarden worden meegerekend wanneer de gezinshereniger aantoont actief werk te zoeken of daarvan is vrijgesteld. Ook bepaalde tegemoetkomingen voor personen met een handicap kunnen in aanmerking komen.

Onder meer het leefloon, financiële maatschappelijke bijstand, kinderbijslag, inschakelingsuitkeringen en inkomsten uit bepaalde tewerkstellingen op grond van artikel 60 OCMW worden volgens de Dienst Vreemdelingenzaken niet meegerekend. Ook het inkomen van een partner of ander familielid telt niet automatisch mee.

Onder het referentiebedrag betekent niet automatisch een weigering

De wettelijke bedragen zijn referentiebedragen. Wanneer het inkomen lager ligt, mag de aanvraag niet uitsluitend om die reden automatisch worden geweigerd. De Dienst Vreemdelingenzaken moet onderzoeken welke bestaansmiddelen het gezin werkelijk nodig heeft om niet ten laste te vallen van de overheid. Dat is de behoefteanalyse.

Voor aanvragen waarop de nieuwe bepalingen van toepassing zijn, moet de aanvrager al bij de indiening voldoende informatie verstrekken om deze analyse mogelijk te maken. Denk aan huur of hypotheek, onderhoudsgeld, inkomsten uit verhuur, vaste schulden, afbetalingen, premies en tegemoetkomingen. Een goed dossier beperkt zich dus niet tot loonfiches.

Bijzondere situatie voor subsidiair beschermden

Voor familieleden buiten België die een subsidiair beschermde persoon in België willen vervoegen, geldt momenteel een belangrijke uitzondering. Het Grondwettelijk Hof heeft op 26 februari 2026 de strengere nieuwe voorwaarden voor deze groep geschorst, onder meer de wachttermijn van twee jaar en de voorwaarden inzake bestaansmiddelen, huisvesting en ziektekostenverzekering.

Het Hof stelde vijf vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. De schorsing blijft gelden tot het Grondwettelijk Hof definitief uitspraak doet na het antwoord van het Europese Hof. Op 7 september 2026 was die Europese uitspraak nog niet gewezen. Zie arrest 24/2026.

Wat controleert u het best vóór de aanvraag?

  1. Welk verblijfsstatuut en welke nationaliteit heeft de gezinshereniger?
  2. Wanneer werd die persoon tot een verblijf van meer dan drie maanden toegelaten?
  3. Wanneer zal de aanvraag worden ingediend?
  4. Welke gezinsleden zijn al in België en welke vragen gezinshereniging aan?
  5. Welke inkomsten kunnen wettelijk worden meegerekend?
  6. Zijn bewijsstukken over minstens de voorbije twaalf maanden beschikbaar?
  7. Geldt er een uitzondering, bijvoorbeeld wegens internationale bescherming of Europese regels?

De juiste kwalificatie kan een groot verschil maken. Wie een aanvraag voorbereidt, doet er daarom goed aan niet alleen het inkomen, maar het volledige verblijfs- en gezinsdossier te laten beoordelen.

Lees meer over gezinshereniging, visumaanvragen, EU-immigratie, asiel en internationale bescherming. Voor een beoordeling kunt u een afspraak aanvragen.

Dit artikel geeft algemene informatie over de rechtsstand op 7 september 2026. Het vormt geen individueel juridisch advies.