Beëindiging verblijfsrecht na echtscheiding vernietigd
Na de ontbinding van een huwelijk beëindigde de Dienst Vreemdelingenzaken het verblijfsrecht van een derdelands familielid en trok zij de F-kaart in. De betrokkene beriep zich op de uitzondering voor bijzonder schrijnende situaties van artikel 42quater, §4, 4° van de Vreemdelingenwet en legde stukken voor over intrafamiliaal geweld. De Raad stelde vast dat het bestuur een belangrijk bewijselement onjuist had gelezen en daardoor de voorgelegde documenten niet zorgvuldig had beoordeeld. Dit schond de materiële motiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel, zodat de beslissing tot beëindiging van het verblijfsrecht werd vernietigd.
Raad voor Vreemdelingenbetwistingen · Brussel · IIe kamer